Kenmerken van een slurf motoriek (peuterleeftijd) bij een "ouder" kind

 

Kenmerken van een slurf motoriek (peuterleeftijd) bij een "ouder" kind

 

- Op het einde van de dag te moe zijn

- Geen of weinig vriendjes en/of

- vriendinnetjes hebben

- Overal bij na moeten denken

- (automatiseren)

- Motorische onhandigheid

- Bewegingen zijn niet doelgericht, ze zijn

- houterig en/of ongecontroleerd

- Er is bewegingsonrust

 

- Hyperactiviteit, ook in spraak. Soms

- hypoactiviteit

- Zich moeilijk kunnen uiten

- Slechte oog-handcoördinatie (synchroon

- gaan van kijken en doen)

- Verwisselen van links en rechts

- Stoornissen in het geheugen

- Onvoldoende concentratie

 

- Te snel boos zijn (b.v. niet tegen verlies

- en/of plagen kunnen)

- Onvoldoende zelfbeheersing

- Impulsief gedrag

- Sociale en emotionele problemen

- Moeilijk inschatten van eigen kunnen

- Geen ritme- en maatgevoel hebben

 

Kenmerken van de symmetrische motoriek (onderbouw basisschool) bij een "ouder" kind

 

T.a.v. Motoriek

 

- Langzaam werktempo en/of slordig

- schrijven

- Verkeerde pengreep (misschien niet bij

- schrijven, maar wel bij tekenen, enz.)

- Moeite om op de regels te blijven

- Symmetrische, ongewenste

- bijbewegingen (of onderdrukken van

- meebewegingen van de andere hand)

 

T.a.v. Taal

 

- Moeite met dictee (fouten tegen de

- taalregels)

- Begrijpend lezen is onder het niveau

- Vastlopen met redactiesommen

- Langdurig fonetisch schrijven

- Geen / moeilijk verschil kunnen maken

- tussen lange en korte klinkers

 

T.a.v. Ruimtelijke Oriëntatie.

 

- Spiegelend schrijven. De schrijfrichting is

- nog geen automatisme.

- Slechte plattegrondkennis (v.b. na koprol

- de verkeerde kant op lopen)

- Bewegingsangst

- Moeilijk kunnen stoppen

 

T.a.v. Sociaal / emotioneel

 

- Onzeker, faalangst

- Egocentrisch

- Achterblijven in tempo

 

T.a.v. Tijdsoriëntatie

 

- Moeite met maken van opstellen (het

- verhaal is niet logisch)

- Moeite met data, dagen, maanden,

- seizoenen

- Concentratie moeilijkheden

- Grapjes serieus nemen

- Moeilijk in de groep liggen

- Moeilijk meervoudige opdrachten

- aankunnen

 

In het bewegingsonderwijs kan het volgende te zien zijn:

 

- Evenwichtsproblemen (balanceren,

- schommelen, touwtje springen, fietsen)

- Slecht vangen (bal komt tegen het

- lijf aan)

- Niet gericht gooien (de bal komt

- niet waar het gewenst is)

- Moeilijk huppelen

- Hoogtevrees

- Blijft koprol moeilijk vinden

- Botsen, vallen of ergens tegenaan lopen

- (ook in speelpauze)

- Moeite met wisselsprongen

- Vluchtgedrag vertonen als iets niet leuk is

- of iets niet lukt
 

Hiernaast vindt u een overzicht van symptomen waar een kind last van kan hebben als er sprake is van een "te jonge" motoriek.

item4
DonkerBlauw1
RoodGroen1
GroenWit1
LichtBlauw1
GeelBlauw1
GroenGeel1
RoodWit1
Paars1
BlauwGeel1
PaarsBlauw1
BlauwPaars1
GeelWit1
DonkerBlauw1 RoodGroen1 GroenWit1 LichtBlauw1 GeelBlauw1 GroenGeel1 RoodWit1 PaarsBlauw1 BlauwPaars1 GeelWit1